De pioniers
van Carlsberg

In 1845 maakte een jonge, Deense brouwer de lange reis van Kopenhagen naar München, op zoek naar een speciale gist voor zijn bier. Zijn naam was JC Jacobsen en zijn nieuwe brouwerij zou Carlsberg heten. Wellicht het begin van een fantastisch verhaal.

Scroll voor meer

De pioniers van Carlsberg

J.C.
Jacobsen

Wellicht de eerste hipster

Scroll voor meer

Probably The First Hipster

J. C. Jacobsen (°1811) brouwde zijn eerste lager in zijn kelder en creëerde in 1847 zijn eerste microbrouwerij in Kopenhagen. Hij geloofde in de wetenschap en deelde zijn kennis graag met collega-brouwers. Hij steunde de muziek en de kunst, waar hij veel van hield, en was actief in de politiek en de maatschappij. Zijn vlinderdasje en opvallende baard waren zijn handelsmerken. Een Deense hipster, zeg maar.

Maar wie was Carlsberg dan?

Carlsberg was dus niet de naam van de oprichter. J. C. Jacobsen noemde zijn brouwerij naar zijn zoon Carl en de Valbyheuvel (‘bjerg’ in het Deens), waar de brouwerij gevestigd was. We beklimmen deze heuvel trouwens nog elke dag op onze fiets.

Open source avant la lettre

De oprichting van het Carlsberg Laboratorium in 1875 zette de brouwerij meteen op de kaart als de eerste grote industriële onderneming ter wereld die zwaar investeerde in onderzoek en innovatie. Nog revolutionairder was echter dat alle ontdekkingen van het laboratorium gratis met de rest van de brouwerijsector werden gedeeld. Hetzelfde gold voor de gist, die tot 1988 via de gisttoren bij Carlsberg werd verdeeld. Zoals J.C. zaliger altijd zei: “Als je wellicht het beste bier ter wereld brouwt, heb je van je concurrenten niets te vrezen.”

Goed bier voor ieders portemonnee

J. C. streefde steevast naar een fantastisch bier, “ongeacht de onmiddellijke winst”. Hij kreeg het vaak aan de stok met andere brouwers, die klaagden dat hij zijn prijzen te laag hield en dus de markt kapot maakte. Maar J. C. antwoordde steevast dat het zijn taak was om zijn bier “zo goed en zo goedkoop mogelijk te brouwen”. Hij voegde eraan toe dat hij “dat zou blijven doen, zelfs al verdiende hij er niets meer aan”. J.C. for president!

De eerste brainstorming in de geschiedenis

Elke vrijdag hield J. C. een etentje bij hem thuis. Iedereen was er welkom: wetenschappers, kunstenaars, schrijvers, acteurs en musici schoven aan bij de brouwer voor een negengangendiner. Naast de vele gerechten werden vooral ook heel veel ideeën uitgewisseld. Het was wellicht tijdens een van deze etentjes, in 1876, dat de brouwer op het idee kwam om de Carlsberg Stichting op te richten, die de leiding over het Carlsberg Lab zou overnemen. De Stichting steunt vandaag nog altijd wetenschappers en onderzoekers. Meer info: Activiteiten van de Stichting.

Probably the Biggest Fan of Denmark

J. C. was dol op zijn land. Hoewel hij het altijd ongelooflijk druk had met de brouwerij, was hij politiek actief en een weldoener voor de Deense maatschappij. Hij besteedde een indrukwekkend deel van zijn rijkdom aan nationale monumenten en musea. Soms ging zijn betrokkenheid zo ver dat hij zelf de bouwplannen tekende. Voor de architecten was hij vast niet de gedroomde klant, maar een fantastische opdrachtgever was hij des te meer.

Bierfreaks onder elkaar

Zijn hele leven lang bezocht J. C. allerlei brouwerijen in Europa. Deze constante uitwisseling van kennis en technologie zorgde ervoor dat de brouwerij voortdurend voor was op zijn tijd. Zo installeerde Carlsberg in 1879 de eerste koelmachine van Denemarken om lage gisting op lage temperaturen mogelijk te maken. Het was een van de vele primeurs in onze geschiedenis.

En de winnaar is ...

Op een tentoonstelling in Wenen in 1873 won J. C. Jacobsen de prestigieuze Progress Medaille voor brouwen. Hij herhaalde zijn succes op de Wereldtentoonstelling van 1878 in Parijs, waar hij de Grote Prijs won. Dat we wellicht het beste bier ter wereld brouwen, is een constante in onze geschiedenis.

Probably The Toughest Dad

Als vader was J. C. ontzettend veeleisend en hij vertroetelde zijn zoon nooit. Carl groeide eveneens uit tot een groot brouwer, maar hij had zo zijn eigen ideeën. En zoals het spreekwoord luidt: ‘te veel koks bederven de brij’, of eerder ‘het bier’. Vader en zoon werden dus verwoede concurrenten. Door hun geschillen liet J. C. zijn brouwerij niet aan zijn zoon over, maar schonk hij deze aan de Carlsberg Stichting. Maar eind goed al goed … De twee heren verzoenden zich in 1887 met elkaar, net voor het overlijden van J. C.

De pioniers van Carlsberg

Carl
Jacobsen

Een leven gewijd aan bier en schoonheid

Scroll voor meer

Probably the First Student Exchange Programme

Vandaag is het heel normaal dat studenten een deel van hun studies of stage in het buitenland doen, maar in Carls tijd lag dat nog net iets anders. Jacobsen senior was echter – zoals in alles – vooruit op zijn tijd en stuurde dus zijn zoon naar het buitenland. Carl verbleef vier jaar in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Schotland, waar hij alles over de Britse bieren van hoge gisting leerde. Hij kwam thuis met de twee grootste schatten van zijn leven: een benijdenswaardige bierkennis en zijn toekomstige bruid Ottilia.

Onenigheid in de brouwersfamilie

Na zijn terugkeer in Denemarken in 1871 kreeg Carl als pachter-brouwer de leiding over de nieuwe, annexe brouwerij van zijn vader. Het plan? Carl zou de ale en porter produceren, terwijl J.C. de lager zelf hield. Het verhoopte succes van het nieuwe bier bleef echter uit. Daarom besliste Carl om ook lager te gaan brouwen en dus met zijn vader te concurreren. Niet bepaald een opsteker voor hun relatie.

Probably One Of The First Trademark Rights Disputes

Na het conflict met zijn vader startte Carl in 1882 zijn eigen brouwerij onder de naam Ny (nieuw) Carlsberg. Ondertussen waren de twee Jacobsens het werkelijk over alles oneens: van Carls uitbreidingsplannen tot de naam van de brouwerij. J. C. wilde niet dat Carl dezelfde naam gebruikte en sleepte hem voor de rechter. Carl won de strijd echter: J. C. had zijn gelijke ontmoet.

Brouwen als kunst

De nieuwe brouwerij was een succes. Carl combineerde zijn opleiding in het buitenland, zijn ervaring met de eerste brouwerij en zijn contacten met praktisch alle brouwers van Europa om een modelbrouwerij te bouwen. Hij gaf architect Vilhelm Dahlerup en bouwmeester P.S. Beckmann de opdracht om de nieuwe schoorsteen voor zijn fabriek te bouwen. De nieuwe constructie leek in niets op de gebruikelijke industriële bouwwerken. De 56 m hoge schoorsteen is versierd met motieven van Egyptische lotusbloemen en waterspuwers, die lijken op die van de Notre-Dame in Parijs. De schoorsteen wordt als een van de tien creatiefste ter wereld beschouwd. Carlsberg scheerde hiermee hoge toppen.

De kracht van schoonheid

Carl groeide op omringd door kunst en begon al heel jong een eigen collectie aan te leggen. Kunst mocht volgens hem niet alleen het bezit van de rijken zijn, maar moest even genietbaar zijn voor de gewone man, zodat ook hij de kracht van de schoonheid ervan kon voelen. Hij richtte meerdere fondsen op ter ondersteuning van de kunst, stelde zijn privécollectie open voor het publiek en richtte in 1882 de Ny Carlsberg Glyptotek op in Kopenhagen. En je kent vast wel het beeldje van de Kleine Zeemeermin? Wel, ook dat was een geschenk van Carl aan zijn geliefde stad. Zoals zijn vader voor de wetenschappelijke wereld de Carlsberg Stichting had opgericht, riep Carl de Nieuwe Carlsberg Stichting in het leven ter ondersteuning van de kunst. Vader en zoon hadden wellicht meer gemeen dan ze ooit zouden toegeven ...

De geboorte van een icoon

Het bekende logo van Carlsberg werd ingevoerd in 1904, toen het oude Carlsberg de Deense architect Thorvald Bindesbøll de opdracht gaf om een etiket te ontwerpen voor zijn pils. Zowel het etiket als het logo worden vandaag nog altijd gebruikt en zijn zo iconisch dat ze zelfs door het Deense Designcentrum werden bekroond.

Een roos per dag...

Op latere leeftijd begon Carl Jacobsen ietwat excentrieke gewoonten te kweken. Zo moest zijn tuinman hem elke ochtend een donkerrode roos bezorgen, die Carl dan de hele dag tussen zijn tanden klemde. De geur van de roos zou namelijk bijdragen tot de schoonheid van zijn leven ...

Eén Carlsberg is beter dan twee

In 1906 werden het nieuwe en het oude Carlsberg officieel herenigd onder de Carlsberg Stichting. Carl werd de eerste bedrijfsleider van de Carlsberg Brouwerijen, creëerde een pensioenfonds en voerde de achturendag in voor zijn medewerkers. Wellicht een pionier in de rechten van de werknemers ...

De pioniers van Carlsberg

Emil C.
Hansen

De gistexpert van Carlsberg

Scroll voor meer

Wanneer het leven hard is ...

Emil C. Hansen kwam uit een heel arme, maar excentrieke familie. In zijn jeugd probeerde hij bijna alles om te overleven: van theatervoorstellingen en schilderwerken in gebouwen tot een carrière in de kunst en een lerarenopleiding. Hij schreef ook verhalen. Op een zeker ogenblik was hij zelfs zo arm en wanhopig dat hij overwoog om zich in Italië bij het leger van Garibaldi aan te sluiten.

… dan moet je nog harder terugslaan.

Gelukkig voor hem – en voor alle bierliefhebbers onder ons – kreeg hij een baan als leraar. Zo kon hij eindelijk zijn studies betalen. Hij won zelfs een gouden medaille aan de Universiteit van Kopenhagen voor zijn onderzoek naar Deense schimmels. Van schimmels naar gist is echter maar een kleine stap … en zo belandde hij al snel bij Carlsberg, waar hij onderzoek deed naar de organismen in bier.

Goed bier is een wetenschap

In 1883 kondigde hij zijn systeem van zuivere gistculturen aan. Hansen begreep dat ‘slecht bier’ niet alleen het gevolg was van een bacteriële infectie (zoals Pasteur had vermoed), maar ook van een besmetting met wilde gist. Daarom probeerde hij een enkele cel goede gist te isoleren en in een zuivere cultuur te laten voortplanten. Het nieuwe ‘Carlsberg ondergist nr. 1’ werd voor het eerst op productieschaal gebruikt in 1883. Het bleek meteen een schot in de roos.

Eerbetoon aan de liefde voor bier

In 1902 vierde Hansen zijn 25e verjaardag als onderzoeker bij Carlsberg. Carl Jacobsen bekroonde hem met een gouden medaille voor zijn werk als een van de meest invloedrijke pioniers in de gistingsindustrie.

De pioniers van Carlsberg

Søren P.L.
Sørensen

Waar chemie en bier elkaar ontmoeten

Scroll voor meer

Hoe wordt een groot bier gemeten?

Wist je dat de pH-schaal bij Carlsberg het levenslicht zag? Ze werd in 1909 uitgevonden door Søren Sørensen, hoofd van de chemische afdeling van het Carlsberg Laboratorium. ‘pH’ betekent waterstofenergie en de schaal biedt een eenvoudige manier om de hoeveelheid waterstof in een oplossing te meten en de zuurtegraad op een schaal van 0 tot 14 te bepalen. Voor het brouwproces was de pH-schaal een revolutie, en de toepassingen zijn ontelbaar, in de meest uiteenlopende gebieden. Indrukwekkendheid op een schaal van 1 tot 10? Wellicht 10.

Chemie met een grote C

Søren Sørensen was van 1901 tot 1938 hoofd van de chemische afdeling van het Carlsberg Laboratorium. Hij voerde baanbrekend onderzoek naar eiwitten, aminozuren en enzymen, de basis van de hedendaagse proteïnechemie. En of de chemie goed zat in het Carlsberg Laboratorium! Søren trouwde namelijk met zijn assistente Margrete Høyrup.

Probably the best

Brewmasters...

Scroll voor meer

De Olympische meester

Eugen Stahl Schmidt was brouwmeester bij het oude Carlsberg van 1885 tot 1899. Hij had een buitengewone passie voor allerlei soorten sport, in die mate zelfs dat hij met succes deelnam aan de eerste twee edities van de Olympische Spelen. Op de Spelen van Athene in 1896 werd hij vierde op de 100 meter. In Parijs, in 1900, won hij met een gemengd Scandinavisch team goud in het touwtrekken. Inderdaad, touwtrekken was vroeger een Olympische sport! Past goed voor een brouwmeester, niet?

De partymeester

Alexander Reumert was brouwmeester in de Annexe Brouwerij in 1882. Hij was getrouwd met Ellen Marie S. Reumert. Zij had muziek gestudeerd, maar werd in Denemarken bekend als romanschrijfster. Het echtpaar woonde in de buurt van de brouwerij, in een groot huis waar ze legendarische feestjes hielden voor vrienden en kunstenaars. Een brouwer en een kunstenaar … Een perfecte combinatie voor succesvolle feestjes!

De designfreak-meester

Søren A. van der Aa Kühle was brouwmeester en directeur van het oude Carlsberg in 1880. Hij had een neus voor zaken en begreep heel goed het industriële potentieel van Hansens’ ontdekkingen. Hij legde de basis voor de vereniging van het oude en het nieuwe Carlsberg en de fusie van Carlsberg en Tuborg. Hij had ook een fantastisch gevoel voor design. Naar verluidt stond zijn huis altijd open voor kunstenaars en ontwerpers. Hij was het die Bindesbøll de opdracht gaf om het huidige label en logo van de Carlsberg-pils te ontwerpen. De man was zo verliefd op Bindesbølls stijl dat al zijn meubels – en naar het schijnt ook zijn grafsteen – van diens hand zijn.

De filmmeester

Kay Van der Aa Kühle was Sørens zoon en een beroemde Deense filmregisseur. Hij maakte meerdere films en was directeur van het Deense productiehuis Filmfabrikken. Naar het schijnt ging hij ervandoor met Lily, de tweede vrouw van Carl Jacobsen. Het is dus niet verwonderlijk dat, toen hij in de herfst van zijn leven besliste naar zijn vaders roots terug te keren en brouwmeester te worden, hij niet bij Carlsberg aan de slag kon, maar in de plaats daarvan voor Wiibroes, de familiale brouwerij van zijn moeder, ging werken.
Foto: DFI Stills & Posters Archive

De palingmeester

Johannes Schmidt werkte als bioloog in het laboratorium van Carlsberg en was getrouwd met Van Der Aa Khüles dochter Ingeborg. Hoewel hij fantastisch onderzoekswerk leverde op het gebied van hop, lag zijn ware passie bij de paling. Hij droomde ervan uit te vissen waar deze soort zich voortplantte. Hij had natuurlijk het geluk bij de juiste werkgever te zitten, want Carlsberg (een bedrijf met een hart voor wetenschap) financierde zijn expeditie, ook al had deze niets met bier te maken. Expeditie Dana voerde Johannes twee jaar lang over de oceanen, zodat hij uiteindelijk het liefdesnest van de palingen vond en de Darwin Medaille won. Of toch wellicht.

De toneelmeester

Andreas Weis was een jonge brouwmeester, die in 1880 op de terreinen van Carlsberg woonde. In die tijd stond de brouwerij kilometers buiten de stad, op een plek zonder ontspanning of cultuur. Dus richtten Andreas en de scheikundige Kjeldhal (allebei werknemers van Carlsberg met een passie voor kunst en literatuur) het kleine, maar erg actieve theaterhuis Kwims op. Aan Kwims waren ook enkele rondtrekkende lokale kunstenaars verbonden, zoals Frans Schwartz en Søren Ludvig Tuxen. Ze vormden een uitstekende aanvulling, want ze waren heel goed in het ontwerpen van affiches voor de voorstellingen.